Overgangsnormen

De rapportvergadering, bestaande uit docenten die aan de desbetreffende leerling(e) lesgeven, bepaalt of deze wordt bevorderd of niet. Onderstaande regels vormen daartoe een richtlijn.

De rapportcijfers worden berekend op basis van het voortschrijdend gemiddelde.

Bij een onvolledig rapport kan een leerling niet bevorderd worden, tenzij de vergadering anders beslist.

 

Algemeen

Bij het tellen van het aantal onvoldoendes en voor het berekenen van het gemiddelde rapportcijfer wordt gekeken naar de één tot vier clustercijfers en de cijfers voor de overige vakken.

Een clustercijfer is het gemiddelde van de twee of drie vakken van het betreffende cluster;

Enkele voorbeelden:

GD 6,2 + LO 4,8 = 5,50 = 5,5 = voldoende

LA 6,2 + GR 4,7 = 5,45 = 5,4 = onvoldoende (en niet: 6 + 5 leveren afgerond 6).

 

Als wordt gesproken over cijfers, worden de clustercijfers en de cijfers voor de overige vakken bedoeld.

Als wordt gesproken over vakken, worden alle vakken binnen en buiten de clusters bedoeld.

 

Overgangsnormen

Voor alle klassen gelden de volgende twee regels:

- Geen enkel vak mag lager zijn dan 4,0.

- Bovendien mogen binnen een cluster niet alle vakken onvoldoende zijn.

 

Bevorderd naar de volgende klas als alle cijfers voldoende zijn.

Als één of meer cijfers onvoldoende zijn, moet een leerling(e) voor bevordering minimaal aan onderstaande voorwaarden voldoen:

 

Voor de overgang van klas 1 naar klas 2 geldt:

Er zijn 7 vakken en 4 clusters, te weten: GD+LO, BV+BNA, FR+MU en LA+GR.

Als er één cijfer onvoldoende is, heeft de leerling(e) een gemiddelde van 6,0 nodig om te worden bevorderd.

Als er twee cijfers onvoldoende zijn, heeft de leerling(e) een gemiddelde van 6,2 nodig om te worden bevorderd.

Als er drie cijfers onvoldoende zijn, heeft de leerling(e) een gemiddelde van 6,4 nodig om te worden bevorderd.

 

Voor de overgang van klas 2 naar klas 3 geldt:

Er zijn 11 vakken en 2 clusters, te weten: GD+LO en BV+BNA.

Als er één cijfer onvoldoende is, wordt de leerling(e) bevorderd.

Als er twee cijfers onvoldoende zijn, heeft de leerling(e) een gemiddelde van 6,0 nodig om te worden bevorderd.

Als er drie cijfers onvoldoende zijn, heeft de leerling(e) een gemiddelde van 6,2 nodig om te worden bevorderd.

Als er vier cijfers onvoldoende zijn, heeft de leerling(e) een gemiddelde van 6,4 nodig om te worden bevorderd.

 

Voor de overgang van klas 3 naar klas 4 geldt:

Er zijn 11 vakken en 2 clusters, te weten: GD+LO en BV+BNA.

Hiernaast gelden dezelfde overgangsnormen als voor de overgang van klas 2 naar klas 3.

 

Voor de overgang van klas 4 naar klas 5 geldt:

Door de profiel- en vakkenkeuze heeft niet elke leerling hetzelfde aantal vakken. Er zijn 11-13 vakken en 1 cluster, te weten: GD+LO.

Hiernaast gelden dezelfde overgangsnormen als voor de overgang van klas 2 naar klas 3.

 

Voor de overgang van klas 5 naar klas 6 geldt:

Door de profiel- en vakkenkeuze heeft niet elke leerling hetzelfde aantal vakken. Er zijn 10 vakken en 1 clusters, te weten: GD+LO.

Als er één cijfer onvoldoende is, wordt de leerling(e) bevorderd.

Als er twee cijfers onvoldoende zijn, heeft de leerling(e) een gemiddelde van 6,0 nodig om te worden bevorderd.

Als er drie cijfers onvoldoende zijn, heeft de leerling(e) een gemiddelde van 6,2 nodig om te worden bevorderd.

 

Adviestaken

Per leerling kunnen twee adviestaken gegeven worden. Adviestaken hebben tot doel de leerling een betere start te geven in de volgende cursus. Dergelijke taken kunnen alleen gegeven worden voor een vak (of een duidelijk te onderscheiden deel van een vak), waarvoor de leerling aantoonbaar onvoldoende scoort. De rapportvergadering baseert haar advies op het eindrapportcijfer en/of op de in de loop van de cursus behaalde cijfers voor schriftelijk en/of mondeling werk. Adviestaken worden niet nabesproken of gecorrigeerd, tenzij de leerling of zijn ouders/verzorgers daar, uiterlijk op de eerste lesdag na de zomervakantie, nadrukkelijk om vragen.

 

Overgangsexamen

De docentenvergadering kan besluiten een leerling die niet aan de overgangsnormen voldoet een overgangsexamen te laten maken, wanneer men ervan overtuigd is dat er sprake is geweest van bijzondere omstandigheden en de leerling, door het vereiste resultaat te behalen voor dit overgangsexamen, het volgende jaar een redelijke kans van slagen heeft.

Overgangsexamens worden aan het begin van de volgende cursus afgenomen.